Mijn Paranormale Leven

Voorwoord – Ik begin met schrijven

Het is dinsdagavond, 9 augustus 2016 als ik om 23.21 uur besluit te beginnen met het opschrijven van ‘mijn verhaal’. Waarom nu pas? Ik ben namelijk in 1954 in Den Haag geboren, dus kun je nagaan hoe lang ik al meeloop op deze rare planeet. Of liever gezegd, dit rare planeetje. Het is maar een klein ding namelijk. Misschien daarover later meer. Of niet. Alles is even geldig op dit moment.

Waarom ik besloot mijn verhaal op te schrijven? Dat kwam eigenlijk door een vraag die mij laatst werd gesteld tijdens een gespecialiseerde orakelbeurs in Breda waar ik Runenduidingen deed. Wat dat zijn, Runenduidingen? Dat leg ik ook later nog wel uit, dat is zeker. Want Runen zijn al tientallen jaren mijn passie op het paranormale vlak. Maar eigenlijk zijn Runen helemáál niet paranormaal. Wat dan wel paranormaal is? Tja, goeie vraag.

Maar ik zal vooraan beginnen. Wat was de vraag ook alweer? O ja: “Wanneer is dat nou bij jou begonnen, dat paranormale?”

 

Hoofdstuk 1

Zoals gezegd ben ik in Den Haag geboren, of ‘s-Gravenhage, zoals kakkers dat noemen. Maar het is gewoon een dorp dat Den Haag heet. Het heeft zelfs geen stadsrechten. Maar ze kunnen er heel deftig doen, dat wel.

Gedurende mijn eerste levensjaar woonde ik met mijn beide ouders in bij mijn oma aan de Ohmstraat 51 in Den Haag. Het was een bovenwoning met een lange trap en een touw waarmee je de deur open kon trekken. En spionnetjes aan de schuiframen om te kunn zien wat er beneden op straat allemaal gebeurde. Zoals de visboer die langskwam meet zijn roeptoeter: ‘Fwooeeeet, verse vis, paling!’ En de scharensliep. Mooie herinneringen.

Die huizen zijn allang afgebroken zoals ik een paar jaar geleden tot mijn grote schrik merkte. Vooral dat ‘mijn huis’ er niet meer was. Dat was natuurlijk het huis van mijn oma. Het huis met Maupie de kat en haar kattenbak met turfstrooisel. De geur van roggebrood in de keuken. Het heet zinken dak, waar ik later zo veel zou spelen en glijbaantje zou spelen.

Maar toen ik twee was woonden we al weer ergens anders: aan de Prinses Mariannelaan in Voorburg, vlak bij de ophaalbrug, in een echt dertigerjaren huis.

Ik was dus twee en ik lag in mijn kinderbedje. Om één of andere reden werd ik wakker. Ik ging zitten en keek naar de deur, schuin links tegenover mijn bedje. Die deur stond op een kiertje en er kwam wat licht naar binnen.

In de deuropening stond een klein wezentje. Nog kleiner dan ik dus. Ik schrok niet, was niet verbaasd of bang. Ik vond het interessant. Dus wat deed ik? Ik klom uit mijn bedje en liep met mijn tweejarige beentjes op dat mannetje af. maar die vluchtte de gang in, de lange gang die naar de slaapkamer van mijn ouders leidde.

In die gang stond een scheepskist, ik denk dat die van mijn opa is geweest. Zeker weten doe ik dat niet. In ieder geval staat mij nog wel helder voor de geest dat het kleine wezentje op de voor mij verste hoek van die kist zat. Hij keek me aan en hield een armpje met gebalde vuist in de lucht. Wat dat betekende wist ik niet. Nogmaals, ik was niet bang en impulsief probeerde ik het wezentje met mijn beide kinderhandjes te pakken. Ik liep er op af en greep: mis!

Wèg was het wezentje. Ik had geen houvast en viel met mijn neus op de hoek van de kist. Ik bloedde en huilde want mijn rechter neusvleugel was gescheurd en ik bloedde ervan.

Tja. Leg dát maar eens uit aan je ouders als je twee bent! Ik hield er in ieder geval een litteken aan over. Het litteken dat mij nog jarenlang zou herinneren aan die vroege gebeurtenis die zoveel invloed op mijn leven zou hebben. telkens als ik mij bij paranormale verschijnselen afvroeg: “gebeurt dit nu echt” hoefde ik in geval van twijgfel alleen maar voor een spiegel te gaans taan en te lachen: dan verscheen het litteken, tussen mijn neusvleugel en mijn wang. Heel klein, maar o zo duidelijk.

Tegenwoordig is het niet langer zichtbaar. En ik hoef ook niet meer te twijfelen aan dingen die rondom mij gebeuren. Maar die herinnering, die staat in mijn geheugen gegrift!

Advertenties